Als de appel- en perenboom veel oplevert, is er vaak meer fruit dan je kunt eten. Een dikke fruitmoes is dan een mooie manier om die overvloed te bewaren. Je kookt het fruit langzaam in tot een glanzende, smeerbare massa, die je op brood, bij kaas of in yoghurt kunt gebruiken. Het is geen ingewikkeld werk, maar het vraagt wel geduld en een pan met een dikke bodem, zodat niets aanbrandt.
Kies rijp, gezond fruit en snijd alles weg wat bruin, zacht of beschadigd is. Was het fruit goed, haal de klokhuizen eruit en snijd het in stukken. Je kookt de stukken eerst zacht met een beetje water en maakt er dan een gladde moes van. Het is verstandig om een recept te volgen dat je vertrouwt, vooral bij het gebruik van suiker en specerijen. Zo weet je zeker dat de smaak en de structuur kloppen.
Langzaam inkoken
Het inkoken is het echte werk. Je laat de moes zachtjes pruttelen en roert regelmatig, zodat de massa niet aan de bodem blijft plakken. Let op, want dikke moes kan spatten, en dat is heet. Gebruik een pan met hoge rand en een lange lepel, en houd kinderen uit de buurt. De moes is klaar als hij dik en glanzend is en een lepel een spoor achterlaat. Volg voor de rest je recept.
Voor de voorraad heb je schone potten en deksels nodig. Was ze zorgvuldig, spoel ze na en laat ze helemaal drogen. Wil je de potten lang bewaren, volg dan precies een betrouwbaar recept voor het afvullen. Twijfel je? Vries de moes dan liever in kleine bakjes in. Zet de potten of bakjes na het afkoelen op een koele, donkere plek, of in de vriezer, en schrijf er inhoud en maand op.
Fruitmoes past bij ontbijt en toetje: op brood met boter, op pannenkoeken, door yoghurt of naast een stukje kaas. Een geopende pot hoort in de koelkast en moet niet te lang blijven staan. Ruikt de moes vreemd, ziet hij er anders uit, zit er schimmel op of bolt het deksel op, gooi de pot dan weg. Bij twijfel is weggooien altijd verstandiger.
Een klein potje fruitmoes is ook een leuk cadeau, als je er een briefje bij doet dat hij koel bewaard moet worden.