Een pot zelfgemaakte confituur is bijna te goed om alleen op brood te smeren. In de oven en op de bakplaat krijgt ze een tweede leven: als vulling in koekjes, als laag in een taart, als glans op een cake. Wie zelf confituur maakt, heeft altijd een reden om te bakken, en wie bakt, heeft altijd een pot confituur nodig. Het is een fijne combinatie die het hele jaar werkt.
Voor baksels is dikke confituur beter dan vloeibare, want vloeibare loopt uit het deeg en brandt aan de bakplaat. Roer de confituur goed door voor je haar gebruikt, zodat ze glad is, en haal grote stukken fruit eruit of hak ze fijn. Heb je vloeibare confituur, gebruik die dan liever als siroop dan als vulling. Volg altijd het recept van je baksel, wat bakwijze en oventijd betreft.
Koekjes, taarten en cake
Koekjes met een kuiltje in het midden, gevuld met een lepeltje confituur, zijn een klassieker. Het deeg blijft mals, en de confituur geeft kleur en zoetheid. Een open taart met een laag confituur op de bodem en een rooster van deeg erboven is een goede basis voor een feestelijke koffie. Ook cake, gevulde koeken en pannenkoeken smaken met confituur nog beter.
Een laagje confituur tussen twee lagen cake of koekjes maakt het gebak vochtig en fruitig. Met een beetje kwark of slagroom erbij wordt het bijna een dessert. Pas op met de hoeveelheid, want te veel confituur laat het gebak uit elkaar vallen. Laat gebak afkoelen voor je het aansnijdt, zodat de vulling niet uitloopt. Wees voorzichtig met hete confituur, want die kan flink branden.
Bewaar het gebak koel en droog, en eet het binnen redelijke tijd op. Gebak met confituur en room hoort in de koelkast. Controleer je confituurpotten regelmatig en gooi weg wat schimmelt of vreemd ruikt. Een doos zelfgebakken koekjes met confituur is bovendien een mooi cadeau, zeker als je erbij zet dat ze koel en droog bewaard moeten worden. Zo krijgt je voorraad van de zomer een tweede leven in de winter.